Spirit, Besloten behandeling (de Koppeling)
Spirit, Besloten behandeling (de Koppeling)
De Koppeling biedt behandeling voor jongeren met een ondertoezichtstelling (OTS), een voorlopige ondertoezichtstelling (V-OTS) of een voogdijmaatregel met een machtiging gesloten plaatsing. Dit betekent dat de jongeren door een kinderrechter in de Koppeling geplaatst worden. De jongeren hebben veelal ernstige gedragsproblemen en zijn vastgelopen op meerdere leefgebieden zoals school, thuis en het sociaal netwerk. De jongeren hebben extreme problemen en veroorzaken handelingsverlegenheid bij ouders/verzorgers en hulpverleners. Er is sprake van een vastgelopen hulpverleningssituatie en jongeren zijn ineen neerwaartse spiraal terecht gekomen.
Bekijk en print gehele programmabeschrijving
Download folder
Zorgvorm
Verblijf gesloten jeugdzorg
Crisishulp
Indien er sprake is van een vastgelopen hulpverleningssituatie en de jongere versneld in een neerwaartse spiraal terecht komt, is het mogelijk om de jongere via een crisisindicatie en een machtiging gesloten crisisplaatsing van de kinderrechter in de Koppeling te plaatsen. Denk hierbij aan jongeren die verdwijnen in een loverboy circuit of in een crimineel circuit.
Doelen
Kern van het programmadoel
De kern van het programmadoel is het creëren (eerst verhelderen, dan realiseren) van een nieuw perspectief voor de jongere: het gaat hier zowel om perspectief in sociale relaties (in de eerste plaats relaties met het gezin van herkomst) als om perspectief in verblijfplaats/opvoedingssituatie en dagbesteding (school en/of werk en/of vrije tijd).
Einddoelen
Een voorwaarde voor het bereiken van dit perspectief is, dat de jongere in staat is op sociaal geaccepteerde wijze in de maatschappij te functioneren. De behandeling is dan geslaagd. Voor dit functioneren op een acceptabele manier zijn er meerdere einddoelen te behalen. Sociaal geaccepteerd functioneren is mogelijk wanneer:
a. De jongere meer dan bij aanvang in staat is tot het aangaan van relaties.
b. De gebrekkige/gestokte gewetensvorming van de jongere is op gang gebracht, waardoor deze minder manipuleert, zich eerder laat corrigeren en van ervaringen lijkt te leren.
c. De jongere in staat is het ernstige probleemgedrag te beteugelen (zelfcontrole) en in staat is zijn doelen met alternatief / prosociaal gedrag te bereiken.
d. De jongere een passende vorm van dagbesteding en vrije tijd heeft gevonden en zich daaraan in grote lijnen houdt.
e. De jongere een verblijfplaats heeft met lange termijn perspectief.
f. Wanneer er duidelijkheid bestaat over de te verwachten rol van de ouders/verzorgers en het sociaal en professioneel netwerk in de toekomstige ontwikkeling van de jongere en wanneer deze rollen zijn vastgesteld en ingevuld.
g. Er minder handelingsverlegenheid is bij ouder(s)/verzorger(s) en hulpverleners.
h. Zorgcoördinatie is ingericht en adequaat functioneert.
Kanttekeningen:
- De einddoelen a. en b. kunnen niet bij alle jongere worden gehaald. Doel c., het terugdringen van ernstige gedragsproblemen is wel bij alle jongeren een einddoel. Van een ideale eindsituatie kan sprake zijn wanneer de jongere in staat is wederkerige relaties aan te gaan. Het is echter niet realistisch te verwachten dat dit voor alle jongeren uit de doelgroep haalbaar is. Het kunnen aangaan van wederkerig contact op zich is wenselijk, maar als einddoel is het voldoende als een jongere geen ernstig probleemgedrag meer laat zien.
- Voor een deel van de jongeren en hun gezinnen uit de doelgroep is terugkeer naar huis niet haalbaar. Thuis wonen is derhalve geen criterium voor een geslaagde behandeling. Om deze reden is tenminste duidelijkheid nodig over de rol van de ouders/verzorgers en het bredere netwerk in de toekomst, alsmede perspectief op een woonsituatie binnen of buiten het gezin. Voor ouders/verzorgers en jongere moet duidelijk zijn hoe deze rol het best invulling kan krijgen. Dat voorkomt teleurstellingen en irreële verwachtingen. Ook thuis wonen of elders wonen is voor de jongere alleen mogelijk wanneer deze in staat is de ernstige gedragsproblemen te beteugelen.
Gezien het belang van perspectief voor de jongere, is de hulpverlening van de jongere binnen de Koppeling onlosmakelijk verbonden met de begeleiding van het gezinssysteem.